Posts tonen met het label Mekka. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mekka. Alle posts tonen

dinsdag 25 oktober 2011


Islam IV

De gebedshuizen van de moslims zijn de moskeeën. Beelden, afbeeldingen en symbolen vindt men er niet. Priesters kennen ze niet, een islamitisch voorganger wordt een imam genoemd. In de Arabische landen is de imam theoloog van opleiding. Daar wordt hij als een soort ambtenaar door de staat betaald. De oproeper (muezzin) roept vanaf de minaret op tot het gebed, soms met behulp van een luidspreker. Het gebed heeft vijf keer per dag plaats op vaste tijdstippen: vóór zonsopgang, op de middag, aan het einde van de namiddag, na zonsondergang en in de late avond. De ramadan, de vastenmaand, is de negende maand van het islamitisch jaar. Vasten betekent: niet eten, drinken, roken, parfum gebruiken of seksueel verkeer hebben gedurende de dag (vanaf zonsopgang tot zonsondergang). Aan het einde van de vastenmaand wordt een groot feest gehouden: het suikerfeest. De moslims moeten 2,5 % van hun inkomen aan de armen geven. De islam kent drie heilige steden: Mekka, Medina en Jeruzalem. De heiligste plaats van de moslims is de moskee in Mekka. Deze is gebouwd rond de Kaäba, een kubusvormig gebouw van ruwe steen waar “de zwarte steen”, een basalten meteoriet, in de oostelijke muur is ingemetseld. Deze zwarte steen zou uit de hemel gevallen zijn als teken van het eerste verbond tussen God en de mensheid. Tijdens de jaarlijkse pelgrimstocht (hadj) moeten de pelgrims in tegenwijzerzin zeven maal rond de kaäba trekken. Moslims geloven in het laatste oordeel. De hele mensheid zal tot leven worden gewekt en worden beoordeeld door God met de hemel als beloning of de hel als eeuwige straf.


Belangrijke moslimlanden zijn: Afghanistan, Algerije, Bangladesh, Egypte, Indonesië, Irak, Iran, Jordanië, Koeweit, Libanon, Libië, Marokko, Mauritanië, Pakistan, Saoedi-Arabië, Senegal, Somalië, Syrië, Tunesië, Turkije, Verenigde Arabische Emiraten …

zaterdag 22 oktober 2011

Islam II
Mohammed (d.w.z. “de geprezene”) werd geboren in Mekka op het Arabisch schiereiland (het huidige Saoedi-Arabië) in 570 na Christus. Zijn vader Abdallah en zijn moeder Amina stierven vroegtijdig. Hij werd opgevoed door zijn grootvader en door een oom. Na een harde jeugd, waarin hij als herder moest bijdragen tot het levensonderhoud van zijn familie, trad hij als kameeldrijver in dienst van de welgestelde koopmansweduwe Khadija. Hij wist haar vertrouwen te winnen en trouwde met haar, alhoewel ze ongeveer vijftien jaar ouder was. Zo werd hij een rijke koopman en ondernam grote succesrijke handelsreizen. Op deze reizen kwam hij in contact met joden en christenen. Gaandeweg werd hij een zwijgzame piekeraar die zich meer en meer met religieuze problemen ging bezighouden. Hij was geen bijbelkenner. Via vasten en gebed trachtte hij zelfstandig tot inzicht te komen. Toen hij veertig jaar oud was, had hij in een grot in de buurt van Mekka een visioen. Terwijl hij sliep, verscheen hem de engel Gabriël die hem vroeg de vijf versregels te lezen die op een zijden doek geschreven stonden. Mohammed kon lezen noch schrijven, maar door toedoen van Gabriël gebeurde er een wonder en het gelukte hem. Toen hij wakker werd en de grot verliet, hoorde hij een stem die zei: “Mohammed, jij bent de gezant van God en ik ben Gabriël”. Daarna zou de profeet nog meer openbaringen hebben gekregen die hem in zijn goddelijke missie bevestigden. Tot aan zijn dood kreeg hij steeds weer nieuwe ingevingen, die hij betitelde als van God afkomstig. Tijdens deze inspiraties geraakte hij in een bepaalde lichamelijke toestand. Hij viel ter aarde, beefde en zweette en er kwam schuim op zijn mond. Mohammed begon zijn inzichten te verkondigen, maar bij de polytheïsten van Mekka had hij niet veel succes. Daarom trok hij naar Yathrib, het huidige Medina (d.w.z. “stad van de profeet”) waar hij veel volgelingen kreeg. Hier ontpopte hij zich tot een vooruitziend, maar ook gewetenloos staatsman die erop uit was zijn macht te verstevigen en uit te breiden. Hij overviel karavanen van Mekka, veroverde steden, sloot een vredesverdrag met Mekka en nam het later in. De Kaäba zuiverde hij van afgodsbeelden en maakte het tot de centrale bedevaartplaats van zijn geloof. Hij ontdeed zich van enkele personen die hem beledigd hadden. Overladen met roem keerde de profeet terug naar Medina waar hij stierf in 632 na Christus.