De Kosmos II
Het punt waar de oerknal heeft plaats gehad, was en is naar mijn gevoel een zwart gat.

Volgens de algemene relativiteitstheorie van Einstein is een zwart gat een gebied waaruit niets, zelfs niet het licht kan ontsnappen. In zo’n zwart gat bevindt zich een enorme, zeer compacte massa die een geweldige zwaartekracht uitoefent. Rond een zwart gat is er een denkbeeldig oppervlak dat als grens optreedt, de “waarnemingshorizon”. Even buiten deze horizon kan materie en licht nog net aan de zwaartekracht van het zwarte gat ontsnappen. Eenmaal hier binnen verdwijnt alles in het centrum van het gat.
Een idee dat mij maar niet wil loslaten, is dat de oerknal niet heeft plaats gehad in één punt, maar in oneindig veel punten, in oneindig veel zwarte gaten, al of niet tegelijkertijd. En in ieder zwart gat heeft de explosie de materie in ons heelal geslingerd en de antimaterie in het anti-heelal. Hierbij kregen we aan beide zijden afkoeling van de deeltjes met de vorming van sterren, planeten, manen, zonnestelsels enz. tot gevolg en met als eindresultaat een melkweg. Het heelal is dan de optelling van al deze melkwegen, gevormd tijdens de oerknal van de vele zwarte gaten. Hetzelfde geldt voor het anti-heelal.
Dat anti-heelal is voor ons niet zichtbaar, niet bereikbaar, niet bestaande. Het bevindt zich in een andere wereld, in een soort kosmos waar wij met ons verstand (nog) niet bij kunnen. Het bevindt zich in een andere “dimensie” (de wetenschap werkt in haar berekeningen momenteel met 10 dimensies!).