Posts tonen met het label oerknal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oerknal. Alle posts tonen

woensdag 2 mei 2012

De Kosmos I
De formule van Albert Einstein is: E = mc2 (E = energie, m = massa, c = 300.000 km/s, de lichtsnelheid). Energie kan omgezet worden in materie en materie kan omgezet worden in energie! Materie is zeer sterk geconcentreerde energie.
In situaties met extreem hoge temperaturen (zoals bij de oerknal) kan energie omgezet worden in deeltjesparen bestaande uit een deeltje en een corresponderend antideeltje. Bij de botsing van een deeltje met een corresponderend antideeltje, vernietigen beide deeltjes elkaar (= annihilatie) en komt de energie, gebruikt om het paar te vormen, weer vrij.


Tijdens de oerknal is in een punt een enorme hoeveelheid energie omgezet in materie en antimaterie. De materie heeft zich tijdens de verwarring die er heerste in de enorm hete oerbrij kunnen ontdoen van de antimaterie. Waar is die naartoe gegaan? Een van de hypothesen die de wetenschap hanteert om het verdwijnen van de antimaterie uit ons heelal te beschrijven, is dat er een scheiding heeft plaats gehad en dat de antimaterie is gekatapulteerd naar een ver verwijderd en nog niet waargenomen deel van het heelal. Bij het ontstaan van het heelal zou alle materie in één deel en de antimaterie in een ander deel van hetzelfde heelal terecht gekomen zijn. Vreemd vind ik dat!
Bij de oerknal vond een explosie plaats die de grote massa hete deeltjes enorm snel in alle richtingen de ruimte inslingerde waardoor deze deeltjes gingen afkoelen met vorming van sterren, planeten, zonnestelsels en melkwegen tot gevolg. Zo werd ons heelal geboren, zegt de wetenschap. Het enorm snel wegslingeren van alle deeltjes in alle richtingen wordt beschreven met behulp van het begrip “inflatie”. Hierdoor werd het heelal in zeer korte tijd zeer sterk “opgeblazen”, waarbij er sprake is van snelheden die deze van de lichtsnelheid sterk overtreffen. Wel, hiermee heb ik het ook moeilijk!

maandag 16 januari 2012

Synchroniciteit II
Voor ons tikt de tijd ongenadig voort. Wij ervaren alles causaal. Een oorzaak wordt steeds gevolgd door een gevolg. Ik trap tegen een bal (oorzaak) en deze vliegt weg (gevolg). We nemen het niet zo nauw met de hygiëne (oorzaak) en we raken geïnfecteerd (gevolg). We zaaien radijsjes (oorzaak) en een tijd later kunnen we er van eten (gevolg). Ons leven is gebaseerd op tijd en causaliteit. Wanneer er iets gebeurt en we kunnen de oorzaak daarvan niet achterhalen, spreken we van toeval. We zitten te picknicken en toevallig vliegt er een simpele duif over die iets laat vallen. Ik ga naar het grootwarenhuis en toevallig ontmoet ik daar een vroegere vriendin. Ik loop over straat en toevallig vind ik daar een muntstuk van één euro. Is dit allemaal wel toevallig? Voor ons wel. We vinden vóór dat het gebeurde geen feit dat de oorzaak zou kunnen geweest zijn van het gebeurde.

Wanneer tijd meespeelt, hebben we te maken met causaliteit (oorzaak en gevolg) en toeval (geen oorzaak aanwijsbaar). In een wereld waar tijd niet meespeelt, niet bestaat, is er geen causaliteit en geen toeval. Alles gebeurt gewoon, neutraal, tegelijkertijd, in voortdurende wisselwerking, in onderlinge samenhang. Het verleden, het heden en de toekomst zijn er, voortdurend, nu. Niet voor ons, maar in de synchrone wereld van 3A.


We kunnen ons dit enigszins voorstellen aan de hand van bovenstaande figuur “Synchroniciteit”. Bij de oerknal ontstaat het heelal. Deze situatie is er en blijft er. Een tijd later is het heelal geëvolueerd en deze nieuwe situatie blijft ook bestaan. Telkens blijven de nieuwe situaties van het heelal bestaan en vormen zo een ring die het heden insluit, maar ook verder loopt tot de eindkrak. Daar wacht een nieuwe oerknal en de kring is gesloten. Het verleden, het heden en de toekomst zijn eeuwig aanwezig. Wij zitten in het heden en samen met de tijd schuiven we mee op naar een volgende situatie van het heelal. Deze materiële veranderingen vormen het aspect “Almacht” van 3A die zijn kosmische energie laat stromen.
Alle kennis van verleden, heden en toekomst kunnen we ons voorstellen als zijnde geprojecteerd op de band van het kosmisch bewustzijn. In het heden is er een stuk van die band getekend met daarin alle kennis van het heden. Ook zien we dat de hedendaagse kennis van de mensheid slechts een heel klein deeltje van de totale kennis van het heden is. Wij kennen en weten niet veel. Zoals het heelal evolueert, zo evolueert ook de kennis van de mens. In een toekomstige projectie zal het kleine donkere vlekje kennis weer wat groter geworden zijn. Wanneer de genieën op het toneel verschenen zijn, zal hun kennisvlek een heel groot stuk van de actuele kennis beslaan. De “Alwetendheid” van 3A manifesteert zich in deze band van het kosmisch bewustzijn.
Wij mensen hebben ook nog een E-gedeelte in onze LEM-mobiel. Gevoelens en emoties bepalen ons handelen, spelen ons parten. Dit kunnen we ons voorstellen alsof wij mensen op ieder ogenblik in een fictieve cinemazaal zitten waar we de evolutie van onze wereld bekijken en beleven. We interageren met onze medemens, we wedijveren, studeren en werken, zijn boos en soms gelukkig, we juichen en tieren … we leven. We beseffen dat we in het hele gebeuren niet veel voorstellen en dat maakt ons ongelukkig. We weten weinig, we hebben weinig, we kunnen weinig. We trachten ernaar ons voortdurend te verbeteren op allerlei gebied. Wij missen veel. Maar alle cinemazalen van de synchrone kosmos bij elkaar genomen en in hun geheel beschouwd, vertegenwoordigen alles. Hierin zijn er geen onvoldane behoeften meer: alle emoties zijn opgeheven. Dit stelt het “Alomvattende” aspect van 3A voor.
Zo bekeken kunnen we ons voorstellen dat informatie van het verleden, informatie van de toekomst en informatie van een andere plaats in het heden zich aan ons kan manifesteren via andere kanalen dan de ons bekende vijf zintuigen. Wanneer we synchroniciteit aannemen, kan ik me voorstellen dat buitenzintuiglijke waarneming bestaat.

dinsdag 18 oktober 2011

Christendom IV
Bij de andere wereldreligies staat de door de stichter verkondigde leer centraal, bij het christendom staat de persoon van de stichter zelf, Jezus Christus, centraal. De wereldverlossende kruisdood van Christus, zijn verrijzenis en zijn hemelvaart, het feit dat hij Gods Zoon is, heeft het christendom ertoe aangezet te geloven dat hun religie de enige ware absolute godsdienst is en dat het eeuwige heil van de mensheid afhangt van het accepteren van deze godsdienst. Hieruit vloeide voor de christenen het recht, ja de plicht voort de dwalingen van de heidenen en de ketters met alle middelen te bestrijden. Dit resulteerde in een onverdraagzaamheid tegenover andersdenkenden (kruistochten, inquisities, heksenverbranding, kettervervolging). Momenteel hebben velen het idee verlaten dat het christendom de absolute godsdienst is. De stelling van Copernicus (1473-1543), dat de aarde en de planeten rond de zon draaien en niet dat de aarde in het middelpunt van het heelal staat waaromheen alle hemellichamen draaien, en de door de wetenschap tegenwoordig algemeen aanvaarde theorie van de oerknal zo’n vijftien miljard jaar geleden, hebben daar zeker toe bijgedragen.

Het christendom kent naast God andere bovennatuurlijke wezens. De boodschappers en helpers van God zijn de engelen. Er zijn de aartsengelen (Michaël, Gabriël, Rafaël …) en de engelbewaarders. Satan en zijn duivels zijn de aanstokers tot alle kwaad. Kerstmis, het feest van de geboorte van Christus en Pasen, het feest van zijn verrijzenis, zijn heden ten dage eerder verworden tot feesten die passen in een consumptiemaatschappij dan in een religie. Bij het einde van de wereld zullen tijdens het Laatste Oordeel de doden verrijzen, zal het kwaad overwonnen worden en zullen de goeden eeuwig leven in de hemel en de slechten voor eeuwig verdoemd zijn in de hel.

donderdag 11 december 2008

Op zoek naar God

Niemand van ons heeft God ooit gezien. Bestaat hij dan niet? Dat is te veel gezegd. Misschien bestaat hij niet, misschien wel, wie zal het zeggen? De wetenschap is er in geslaagd al een erg groot stuk van het heelal en onze aarde te doorgronden en te begrijpen. Maar er is nog oneindig veel meer dat wij niet begrijpen. Het ons bekende is slechts een nietig gedeelte in vergelijking met hetgeen nog onbekend is. Vandaar dat sommigen onder ons alles wat onbekend is, steken in een hoger wezen dat we God noemen. Tot hiertoe ben ik nog mee. Maar de invulling van die God, de voorstelling die de religies ons van die God voorhouden, daar ben ik niet gelukkig mee. De evolutie van het heelal, van de aarde en van ons, de mens, heeft niet stilgestaan. De wetenschap is erop vooruitgegaan sinds de wereldreligies zijn ontstaan. We hebben nu andere inzichten zodat ons godsbeeld aan een herziening toe is. Ik heb voor mezelf een godsbeeld uitgewerkt dat voor mij plausibel is. Hiermee ben ik in staat voor mezelf aannemelijke verklaringen te geven voor de geheimen en de zin van het leven.
God, dat is voor mij de eeuwige gelukzaligheid, het eeuwige niets doen. Niets! Maar geen lege niets! Ik stel me God voor als niets, waarin alles zit opgeborgen, waarin alles in potentie aanwezig is. God is een allesomvattend niets!
Hoe kan dat nu? Wanneer we “niets” vastnemen en uitrekken zoals een elastiek, kunnen we de twee getallen +1 en –1 bekomen. Laten we het “elastiek” los, dan trekt dit zich terug samen tot niets. Wiskundig is dit juist: +1 –1 = 0. Trekken we “niets” verder uit elkaar, dan krijgen we bijvoorbeeld de positieve getallen +1 tot +7 en daartegenover de negatieve –1 tot –7. Laten we het “elastiek” los, dan springt dit terug naar niets. Wiskundig is de optelling weerom nul: –7 –6 –5 –4 –3 –2 –1 +1 +2 +3 +4 +5 +6 +7 = 0. Rekken we “niets” in de tegenovergestelde richtingen uit tot in het oneindige, dan hebben we een rechte lijn met erop de getallen van +1 tot + oneindig en daartegenover van –1 tot – oneindig. Rekken we deze rechte uit in de twee tegenovergestelde richtingen, loodrecht op de rechte, dan krijgen we een vlak. Het vlak uitrekken in de twee tegenovergestelde richtingen, loodrecht op het vlak, levert een lege driedimensionale ruimte. Laten we het geheel los, dan hebben we weer niets. We kunnen nog verder gaan. Door “niets” uit elkaar te trekken, kunnen we ook positieve materie en negatieve materie bekomen, in de fysica materie en antimaterie genoemd. Onderzoekers hebben zowel theoretisch als experimenteel aangetoond dat antimaterie bestaat. Trekken we “niets” uit elkaar in de drie richtingen, dan kunnen we een driedimensionale ruimte bekomen, gevuld met materie en antimaterie. “Even” de antimaterie kwijtspelen en we hebben een lichaam, een voorwerp. In principe kunnen we door “niets” uit te rekken in alle richtingen, bekomen wat we willen. Dit is scheppen! Jammer genoeg kunnen wij dat niet. Wij kunnen deze experimenten slechts in onze gedachten uitvoeren. Maar tijdens het ontstaan van ons heelal, tijdens de oerknal (the big bang) hebben deze fenomenen werkelijk plaats gehad, zegt de wetenschap. Albert Einstein zei in zijn beroemde formule E = mc2 (E = energie, m = massa, c = 300.000 km/s, de lichtsnelheid): materie kan omgezet worden in energie en omgekeerd. Materie is zeer sterk geconcentreerde energie. In situaties met extreem hoge temperaturen (zoals bij de oerknal) kan energie omgezet worden in deeltjesparen bestaande uit een deeltje en een corresponderend antideeltje. Bij de botsing van een deeltje met een corresponderend antideeltje, vernietigen beide deeltjes elkaar en komt de energie, gebruikt om het paar te vormen, weer vrij. Tijdens de oerknal is een enorme hoeveelheid energie omgezet in materie en antimaterie. De materie heeft zich tijdens de verwarring die er heerste in de enorm hete oerbrij kunnen ontdoen van de antimaterie (de wetenschap is er nog niet uit waar die naartoe is). Hierbij vond een explosie plaats die de grote massa hete deeltjes enorm snel in alle richtingen de ruimte inslingerde waardoor deze deeltjes gingen afkoelen met vorming van melkwegen, sterren, planeten en zonnestelsels tot gevolg. Ons heelal was gevormd. Wij zouden kunnen scheppen, uit het niets iets maken, indien we konden beschikken over dergelijke “oerenergie” en deze naar believen konden “afvuren” in voorwerpen.
Keren we nu terug naar ons godsbeeld. Ik stel mij God voor als:
God is niets, waarin alles potentieel aanwezig is.
In dit niets zit alles, dit alles kan zich manifesteren en zit er klaar voor. Alles is in potentie aanwezig. Alle “oerenergie” en de blauwdrukken om alles te scheppen is in dit niets aanwezig. Nu hoor ik je zeggen: een God die niets uitricht, die alleen maar eeuwig gelukzalig zit te zijn, dat houdt geen steek! Er is onze kosmos en wij zijn er. Wie heeft dat dan allemaal in elkaar gestoken? Akkoord! Dit “alles-in-niets” godsbeeld is slechts het uitgangspunt.
Ik ben dan op zoek gegaan naar de eigenschappen van die “niets-alles” God. Het christendom zegt dat God ons geschapen heeft naar zijn beeld en gelijkenis. Dat intrigeerde mij. Ik heb in een vorige bijdrage de mens gedefinieerd als een bezielde LEM-Mobiel. Via de bezieling komt iedere LEM-Mobiel (= materie) tot leven. Zou onze “niets-alles” God ook uit drie delen kunnen bestaan of beter gezegd drie eigenschappen kunnen hebben?