Posts tonen met het label Jakob. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jakob. Alle posts tonen

vrijdag 21 oktober 2011

Islam I
Islam betekent “Overgave aan Gods wil”. De stichter van de islam is Mohammed. De aanhangers van de islam worden moslims, soms ook wel mohammedanen genoemd. Hun voornaamste uitspraak is: “Er bestaat geen God buiten Allah en Mohammed is zijn profeet”. Volgens de koran, het heilige boek van de moslims, waren Adam, Abraham, Ismaël (zoon van Abraham en Hagar), Isaak (zoon van Abraham en Sara), Jakob, Jozef, Mozes, David, Salomo, Johannes en Jezus rechtschapen personen die het ware geloof bezaten en de leer van Mohammed voorbereidden. Abraham wordt via Ismaël aanzien als de stamvader van de Arabieren en via Isaak deze van de Joden. Voor Ismaël werd de Kaäba te Mekka als heiligdom en voor Isaak de Tempel te Jeruzalem opgericht. Hierop voortbordurend kan men de islam als de Arabische vorm van het monotheïsme van Abraham en als een parallelle vorm van het jodendom typeren, eerder dan een aan de Arabieren aangepast christendom. Alhoewel Mohammed Jezus als een profeet aanzag, aanvaardde hij hem niet als de zoon van God en daarom wees hij de drievuldigheid van God af. Mohammed heeft ook geen hoogstaande ethiek verkondigd (zoals Jezus in zijn bergrede) en hij stichtte eerder een wereldse staat dan “een rijk dat niet van deze wereld is”. De islam is het jodendom voorbijgestoken omdat de islam via Mohammed “nieuwe openbaringen met een hogere waarde” bekomen heeft.

Het Arabisch schiereiland was in de zevende eeuw na Christus bevolkt door talrijke stammen die voortdurend met elkaar in conflict lagen en die in religieus opzicht nog erg primitief waren. Ze hielden er meerdere godheden op na, afgebeeld in steen en hout. De traditie van de stam, de deugden van de voorvaderen, het buitensluiten van de vreemdelingen en de verplichting tot de bloedwraak bepaalden hun geestelijk leven. Dit land werd de geboortegrond van een wereldomspannende religie, van een staat die de Arabieren verenigde en van een cultuur die als vierde grote plaats heeft genomen naast die van het Westen, India en China.

zaterdag 1 oktober 2011

Jodendom II
Moses is geboren in Egypte, ergens in de veertiende eeuw voor Christus. Volgens de bijbel verborg de moeder van Mozes het kleine kind in een rieten mandje tussen het riet aan de oever van de Nijl, omdat de Farao bevolen had alle mannelijke Hebreeuwse babies te doden. Mozes werd gevonden door een dochter van de Farao en deze voedde hem op als haar eigen kind. Toen Mozes in de twintig jaar was, doodde hij een Egyptische ambtenaar die een slaaf sloeg. Om te ontkomen aan het gerecht moest hij het land verlaten. Hij leefde vele jaren als herder. Toen hij tachtig jaar was, gaf God hem op de berg Sinaï het bevel terug te keren naar Egypte om zijn volk uit de slavernij te verlossen. Moses en God zonden de tien plagen over Egypte en de Farao liet de slaven gaan. Maar hij bedacht zich en achtervolgde hen. Mozes kon met Gods hulp ongehinderd door de Rode Zee trekken (het water splitste zich), maar de achtervolgers verdronken in het terugkerende water. Mozes verbleef veertig dagen alleen op de berg Sinaï waar God hem de stenen tafelen gaf met de “Tien Geboden”. Ook werd een nieuw verbond gesloten tussen God en de Joden. Op honderdtwintig (120) jarige leeftijd stierf Mozes juist voordat het volk van Abraham, Isaak en diens zoon Jakob (die ook Israël heette) het beloofde land Kanaän (later Palestina geheten) kon binnentrekken. Dit nieuw verbond tussen Jahwe en zijn uitverkoren volk was en is nog steeds de kern van het jodendom.
Traditioneel wordt Mozes aanzien als de schrijver van de eerste vijf boeken van de Hebreeuwse bijbel, ook wel de Pentateuch of de Tora genoemd. De Talmoed is een handleiding met wetten en commentaren op de tora, bedoeld als leidraad bij diverse levensomstandigheden. Het bestuderen van deze heilige boeken, het woord van God, is essentieel om dichter bij God te komen. Joden gehoorzamen de tora (de wet van Mozes), niet voor hun eigen voordeel, maar om te doen wat God bevolen heeft en om zijn volk te zijn.