zondag 6 mei 2012

De Kosmos III
Deze hypothese lost enkele problemen op.
De “inflatie”, om de snelle vorming van het heelal te beschrijven, is overbodig geworden. Snelheden groter dan de lichtsnelheid (wat niet kan in onze fysica!) hebben we dus niet nodig. Ieder zwart gat heeft rondom zich een melkwegstelsel gevormd.


En aangezien er oerknallen in miljarden zwarte gaten hebben plaats gehad, was het heelal is een oogwenk opgevuld. In het centrum van ieder melkwegstelsel bevindt zich immers een zwart gat, waaromheen de materie (de zonnestelsels enz.) draait.
En de antimaterie? Die bevindt zich in het anti-heelal, aan de andere kant van ieder zwart gat. Moesten we onszelf kunnen omvormen in een pakketje energie en moesten we ons door een zwart gat kunnen laten opslorpen, we zouden terechtkomen in het anti-heelal. De materie van het anti-heelal vertegenwoordigt de enorme aantrekkingskracht van een zwart gat in ons heelal. En omgekeerd, de materie van ons heelal zorgt voor de enorme aantrekkingskracht in het anti-heelal.
De melkwegstelsels blijken elkaar af te stoten waardoor het heelal nog verder uitdijt. Ze bewegen steeds verder uit elkaar. Wat er uiteindelijk met ons heelal gaat gebeuren, de wetenschap is het daarover nog niet eens. Gaat het heelal eeuwig blijven uitdijen waarbij de sterren van de melkwegstelsels uiteindelijk uitdoven of gaat het heelal op een zeker ogenblik weer inkrimpen tot het ineenstort in een punt met een eindkrak? Wie zal het zeggen?
Hier komt onze hypothese ons ook weer ter hulp. De zwarte gaten in het midden van de melkwegen gaan steeds meer materie van het heelal en de corresponderende antimaterie van het anti-heelal opslokken, waarbij deze twee soorten materie elkaar gaan vernietigen en waarbij de oorspronkelijke energie weer vrij komt die zich ophoopt in de zwarte gaten. Dit gaat door totdat alle materie is omgezet in energie en het heelal en het anti-heelal verdwenen zijn, elkaar hebben opgeslokt (annihilatie). We zijn aangeland bij de oorspronkelijke situatie van vóór de oerknallen en het valt te verwachten dat een nieuwe cyclus van ontstaan en weer vergaan van het heelal en het anti-heelal zich zal voordoen. Wij krijgen nieuwe oerknallen in miljarden zwarte gaten. De kosmos en de anti-kosmos kunnen weer evolueren.

zaterdag 5 mei 2012

De Kosmos II
Het punt waar de oerknal heeft plaats gehad, was en is naar mijn gevoel een zwart gat.


Volgens de algemene relativiteitstheorie van Einstein is een zwart gat een gebied waaruit niets, zelfs niet het licht kan ontsnappen. In zo’n zwart gat bevindt zich een enorme, zeer compacte massa die een geweldige zwaartekracht uitoefent. Rond een zwart gat is er een denkbeeldig oppervlak dat als grens optreedt, de “waarnemingshorizon”. Even buiten deze horizon kan materie en licht nog net aan de zwaartekracht van het zwarte gat ontsnappen. Eenmaal hier binnen verdwijnt alles in het centrum van het gat.

Een idee dat mij maar niet wil loslaten, is dat de oerknal niet heeft plaats gehad in één punt, maar in oneindig veel punten, in oneindig veel zwarte gaten, al of niet tegelijkertijd. En in ieder zwart gat heeft de explosie de materie in ons heelal geslingerd en de antimaterie in het anti-heelal. Hierbij kregen we aan beide zijden afkoeling van de deeltjes met de vorming van sterren, planeten, manen, zonnestelsels enz. tot gevolg en met als eindresultaat een melkweg. Het heelal is dan de optelling van al deze melkwegen, gevormd tijdens de oerknal van de vele zwarte gaten. Hetzelfde geldt voor het anti-heelal.



Dat anti-heelal is voor ons niet zichtbaar, niet bereikbaar, niet bestaande. Het bevindt zich in een andere wereld, in een soort kosmos waar wij met ons verstand (nog) niet bij kunnen. Het bevindt zich in een andere “dimensie” (de wetenschap werkt in haar berekeningen momenteel met 10 dimensies!).

woensdag 2 mei 2012

De Kosmos I
De formule van Albert Einstein is: E = mc2 (E = energie, m = massa, c = 300.000 km/s, de lichtsnelheid). Energie kan omgezet worden in materie en materie kan omgezet worden in energie! Materie is zeer sterk geconcentreerde energie.
In situaties met extreem hoge temperaturen (zoals bij de oerknal) kan energie omgezet worden in deeltjesparen bestaande uit een deeltje en een corresponderend antideeltje. Bij de botsing van een deeltje met een corresponderend antideeltje, vernietigen beide deeltjes elkaar (= annihilatie) en komt de energie, gebruikt om het paar te vormen, weer vrij.


Tijdens de oerknal is in een punt een enorme hoeveelheid energie omgezet in materie en antimaterie. De materie heeft zich tijdens de verwarring die er heerste in de enorm hete oerbrij kunnen ontdoen van de antimaterie. Waar is die naartoe gegaan? Een van de hypothesen die de wetenschap hanteert om het verdwijnen van de antimaterie uit ons heelal te beschrijven, is dat er een scheiding heeft plaats gehad en dat de antimaterie is gekatapulteerd naar een ver verwijderd en nog niet waargenomen deel van het heelal. Bij het ontstaan van het heelal zou alle materie in één deel en de antimaterie in een ander deel van hetzelfde heelal terecht gekomen zijn. Vreemd vind ik dat!
Bij de oerknal vond een explosie plaats die de grote massa hete deeltjes enorm snel in alle richtingen de ruimte inslingerde waardoor deze deeltjes gingen afkoelen met vorming van sterren, planeten, zonnestelsels en melkwegen tot gevolg. Zo werd ons heelal geboren, zegt de wetenschap. Het enorm snel wegslingeren van alle deeltjes in alle richtingen wordt beschreven met behulp van het begrip “inflatie”. Hierdoor werd het heelal in zeer korte tijd zeer sterk “opgeblazen”, waarbij er sprake is van snelheden die deze van de lichtsnelheid sterk overtreffen. Wel, hiermee heb ik het ook moeilijk!